Witvleugelstern (Chlidonias leucopterus)

De witvleugelstern (Chlidonias leucopterus) is een vogel uit de familie van de sternen (Sternidae) die broedt in Oost-Europa en delen van Azië. Het zijn trekvogels die in augustus of september vertrekken naar Afrika en in mei of juni weer terugkeren naar hun broedgebied. In Nederland is de vogel een tamelijk zeldzame voor- en najaarsgast.

De witvleugelstern wordt zo'n 20-24 centimeter en heeft in adult-zomer een zwart verenkleed, een witte staart en bovenvleugeldekveren en oranjerode poten. Hij verschilt van de zwarte stern door de kortere en dikkere snavel, de rondere kop, de witte bovenvleugeldekveren en zwarte ondervleugeldekveren. In winterkleed heeft hij een witte onderzijde en stuit, een grijze mantel en staart, en slechts de achterzijde van de kop blijft zwart. Hij verschilt in dit kleed van de zwarte stern door onder andere de lichter grijze bovenvleugel en het ontbreken van een donkere vlek op de zijborst.

Witvleugelsterns broeden in moerassen met veel vegetatie of dichtbegroeide meren of plassen. In mei of juni worden 3 geelbruine eieren gelegd in een van dode waterplanten gemaakt nest dat op een via land onbereikbare plaats ligt. Beide ouders broeden, de eieren komen na 18-22 dagen uit. Ook de broedzorg wordt samen waargenomen. Hybridisatie met zwarte stern is mogelijk.

Het voedsel van de witvleugelstern bestaat hoofdzakelijk uit waterinsecten en insecten die vliegend boven het water worden gevangen. Ook worden kleine vissen gegeten.