Paapje (Saxicola rubetra)

Het paapje (Saxicola rubetra) is een kleine zangvogel, die vroeger werd ingedeeld bij de familie van de lijsterachtigen, Turdidae. Volgens de huidige inzichten behoort de vogel tot onderfamilie van de saxicolinae en de familie van de vliegenvangers (van de Oude Wereld), Muscicapidae. Het paapje is nauw verwant met de roodborsttapuit (Saxicola torquata).
De wetenschappelijke, Latijnse, naam van het paapje betekent roodachtige bewoner van rotsen.

Het is een bruingestreept vogeltje met een lichte borst. Het mannetje is wat sprekender getekend en heeft een roodachtige borst. Zowel mannetje als vrouwtje hebben een duidelijke oogstreep. Paapjes komen tijdens het broedseizoen in vrijwel heel Europa voor. Het is een typische Europese soort want 94% van alle paapjes over de wereld komen daar voor.

Leefwijze

Het voedsel bestaat uit insecten, larven, wormen, rupsen, vlinders, slakjes en spinnen.

Voortplanting

Het legsel bestaat uit vijf of zes blauwe tot donker blauwgroene eieren met roestbruine stipjes. De vogel broedt tweemaal per jaar.

Status in Nederland en Vlaanderen

Het paapje was vòòr 1940 nog een vrij algemene vogel van het agrarische landschap en in de duinstreek en de Waddeneilanden. Sinds 1945 is de vogel geleidelijk in aantal achteruitgegaan, vooral in het cultuurlandschap, waaruit hij nu geheel verdwenen is. Rondom 1960 waren er mogelijk nog drie tot vierduizend broedparen. Volgens SOVON daalde het aantal broedparen in de periode 1990-2007 en broedden er in 2007 nog ongeveer 600 paar in Nederland.

Status

De soort is in 2004 als bedreigd op de Nederlandse rode lijst gezet. De soort staat als ernstig bedreigd op de Vlaamse rode lijst. Internationaal lijkt de situatie minder ernstig want het paapje prijkt nog als niet bedreigd op de internationale rode lijst van de IUCN.

 

foto:Mihai Baciu