Kleine trap (Tetrax tetrax)

De kleine trap (Tetrax tetrax) is een vogel uit de familie van de trappen (Otidae) die voorkomt op steppen, extensieve landbouwgronden en braakliggende terreinen op het Iberisch Schiereiland, Frankrijk, Italië, Sardinië, de Balkan, Marokko en van Midden-Azië tot het Altajgebergte. Omdat hij gecultiveerde gebieden mijdt, is zijn aantal de laatste decennia sterk afgenomen. In Nederland is de kleine trap een zeer zeldzame gast.

Kenmerken

De kleine trap wordt 40-45 centimeter en weegt ongeveer 900 gram. Het mannetje in broedkleed heeft een grijze kop, een zwart-witte halstekening, een witte buik en een bruin getekende rug. Bij het vrouwtje, de jongen en het mannetje in winterkleed ontbreekt de zwart-witte halstekening. Het vrouwtjes is sterker getekend dan het mannetje in winterkleed en eerstgenoemde is daardoor donkerder. Kleine trappen vliegen snel, waarbij de vleugels een fluitend geluid maken.

Balts en broeden

Het mannetje zet tijdens de balts in mei of juni zijn 'kraag' van halsveren op en spreidt zijn staart. Tevens laat hij zijn vleugels naar beneden hangen en klappert tegelijkertijd met zijn vleugels. Verder springt hij klapwiekend in de lucht. Er wordt een nest, dat bestaat uit een spaarzaam beklede kuil op de grond, gemaakt en er worden 2-4 bruingroene eieren gelegd die in 20-21 dagen door het vrouwtje worden uitgebroed. Het mannetje bewaakt het nest. Nadat de jongen uit het ei zijn gekomen, verlaten ze onmiddellijk het nest.

Voedsel

Kleine trappen voeden zich hoofdzakelijk met bladeren van steppeplanten; hiernaast eten ze knoppen, zaden, sprinkhanen, kevers en andere ongewervelden.

foto:Mihai Baciu