Kauw ( Corvus monedula)

 

 

 De kauw (Corvus monedula, ook Coloeus monedula) behoort tot de kraaiachtigen en is een van de kleinste leden van deze familie (34-39 cm lang).

Kenmerkend zijn de grijze kleur van de zijhals en het achterhoofd en de lichtgroen-grijze oogring. Vrijwel volledig zwarte exemplaren komen overigens ook voor. Kauwen komen meestal in groepen of paren voor en foerageren vaak gezamenlijk in weilanden en wegbermen, ook binnen de bebouwde kom. De paarband blijft ook binnen een grotere groep waarneembaar. De roep is een tsjak-tsjak-achtig geluid. In de groep hebben ze veel geluiden waarmee ze communiceren, van vrolijk kwetteren tot zacht tokkelen (kikakaka ko). De bekendste roep is hun naam "kauw kauw".

Voedsel

Kauwen hebben een zeer uitgebreid menu, dat voornamelijk bestaat uit kleine ongewervelde dieren (zoals insecten, slakken en spinnen), zaden, granen, eieren en fruit. In de omgeving van de mens doen kauwen zich ook tegoed aan afval, kattenbrokken en karkassen van overreden dieren.

Kauwen vertonen actief voedseldelen  onder soortgenoten, onafhankelijk van het geslacht of de verwantschap tussen donor en acceptor. Dit voedseldelen gebeurt voornamelijk op initiatief van de voedseldonor. Kauwen kennen een uitgebreider voedseldelen dan reeds waargenomen bij andere soorten, zoals chimpansees. De reden voor dit voedseldelen is nog niet volledig gekend. Wel lijken twee hypothesen ondersteund: 1) een kauw geeft makkelijker aan een andere kauw indien hij er ook van krijgt (reciprociteit); 2) door voedseldelen kopen kauwen rust af en worden ze niet lastiggevallen door soortgenoten (intimidatie).

Kauwen als huisdier

Kauwen zijn intelligente vogels die vroeger als huisdier werden gehouden. Vooral als ze als jong al met de mens in contact komen, kunnen ze erg tam worden. Het is tegenwoordig echter wettelijk niet meer toegestaan om kauwen te houden.

Het houden van kauwen is overigens ook geen sinecure. Het zijn zeer energieke vogels en in een kooitje kwijnen ze weg. Als ze ouder worden gaan ze vaak een soort paarbinding aan met hun verzorger en zien de rest van het gezin niet meer staan. Ze kunnen zelfs jaloers en agressief reageren op andere mensen.

Voortplanting

In Nederland en België nestelen ze meestal in groepen in bomen, elders ook wel op rotswanden en in schoorstenen. De 4-5 eieren worden 16-17 dagen bebroed en de jongen vliegen na ongeveer 30-35 dagen uit.

Verspreiding

Kauwen hebben een zeer ruim verspreidingsgebied. Ze komen voor in vrijwel het gehele palearctische gebied.

Taxonomie

De kauw wordt meestal gerekend tot het geslacht Corvus. Sinds 1903 zijn er auteurs die de twee kauwensoorten in een apart genus Coloeus zetten. Modern moleculair genetisch onderzoek lijkt deze aparte positie te bevestigen. Daarom staan de kauwen in de IOC-lijst onder het geslacht Coloeus. Deze indeling vindt echter weinig navolging. Op de meeste checklists staat de kauw nog als Corvus monedula.

 

FOTO : Mihai Baciu