Geelgors (Emberiza citrinella)

 

De geelgors (Emberiza citrinella) is een zangvogel, uit de familie der gorzen, tangaren en verwanten (Emberizidae). Het is een stand- en zwerfvogel die iets groter is dan de mus. Een geelgors kan ca. 16,5 centimeter groot worden. De geelgors leeft hoofdzakelijk van zaden maar in de broedtijd ook van wormen en insecten. Het nest van de geelgors zit op de grond tussen hoge planten en struiken.

De geelgors komt voor in heide begroeid met ver uit elkaar staande bomen, in bosranden, wegbermen en in heggen en houtwallen. Door het verdwijnen van heggen en houtwallen is de geelgors in de twintigste eeuw sterk achteruitgegaan. De geelgors stond op de Nederlandse rode lijst, maar doordat de populatie zich herstelde, staat deze vogel niet langer op deze lijst. Volgens SOVON steeg in de periode 1990-2007 het aantal broedparen significant. Rond 2007 broedden er ongeveer 25.000 paar in Nederland. Helaas is de situatie in Vlaanderen anders. Daar gaat het nog steeds niet goed met de geelgors want die staat op de Vlaamse rode lijst als bedreigd. De soort staat als niet bedreigd op de internationale IUCN rode lijst.

De zang van de geelgors is zeer kenmerkend voor mooie zomerse dagen en klinkt ongeveer als ti ti ti ti tèh (de tèh blijft soms achterwege). De zang vertoont volgens sommigen een sterke gelijkenis met de eerste tonen van de vijfde symfonie van Beethoven.

foto: mihai baciu - chettusia