Buizerd (Buteo buteo)

De buizerd (Buteo buteo) is een middelgrote tot grote roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae). De buizerd komt voor in het grootste gedeelte van Europa en delen van Azië. Hij is een standvogel die in hetzelfde gebied overwintert waar hij broedt, op de koudste gebieden en enkele ondersoorten na. De vogel jaagt gebruikelijk in open land, maar nestelt in bosranden. Normaal gesproken bestaat de prooi van een buizerd voornamelijk uit kleine zoogdieren, reptielen en vogels, maar hij doet ook dienst als aaseter.

 

Eind 20e eeuw is het buizerdbestand in de Benelux ongeveer verdrievoudigd t.o.v. de jaren 60, maar door intensivering van het gebruik van cultuurgronden en de daarmee gepaard gaande afname van prooidieren (met name muizen) lijkt de broedvogelstand niet verder toe te nemen en plaatselijk licht te dalen.

De roep van de buizerd klinkt als een gerekt klagend gemiauw. Wanneer men een nest nadert, beginnen de buizerds opgewonden en miauwend boven de kruinen te vliegen. Dit gedrag heet in vogelaarstaal 'alarmeren'.

Het verenkleed is soms wat verschillend, gaande van donkerbruin tot roomkleurig. Het bovengedeelte is effen, terwijl aan de onderkant verschillende dwarsbanden getekend zijn. De spanwijdte van de vleugels is ongeveer 113 tot 128 cm. De totale lengte van kop tot staart is ongeveer 51 tot 57 centimeter.

Ook in de vlucht zijn ze gemakkelijk te herkennen. Enkele vleugelslagen, kort zweven en dan weer een paar slagen. De buizerd is een uitgesproken langzame vlieger met zijn brede vleugels en de korte, brede staart. Vaak kan worden waargenomen dat een buizerd door een of meer kraaien, in zekere zin een voedselconcurrent, wordt weggejaagd.

De buizerd kan ook gemakkelijk verward worden met de wespendief. Deze is van de buizerd te onderscheiden door de banden op de staart. De wespendief heeft 2 banden aan de basis en 1 bijna aan het einde. De buizerd heeft vele banden op regelmatige afstand. Daarnaast heeft de wespendief een andere roep (hoge fluittonen) en is hij in vlucht te herkennen aan de bijna horizontaal gehouden vleugels, daar waar de buizerd de vleugels tijdens het zweven meer in een ondiepe v-vorm houdt.

De ruigpootbuizerd is een verwante soort die de Benelux uitsluitend bezoekt om te overwinteren. De ruigpootbuizerd is onder andere te herkennen aan de veren op de poten. Vaak worden licht gekleurde buizerds voor ruigpootbuizerds aangezien. Bij buizerds bestaat een grote kleurvariatie. Je hebt erg donker gekleurde exemplaren terwijl er ook exemplaren zijn met een bijna witte onderkant. Biddende buizerds zijn meestal ruigpootbuizerds, maar ook de gewone buizerd kan bidden.

In tegenstelling tot andere soorten buizerds heeft de staart van de volwassen buizerd naast de donkere eindband nog 8-10 smalle, donkere dwarsbanden.

Een cirkelende buizerd is te herkennen aan de lange en brede vleugels en aan de relatief korte, breed gespreide staart.

Mannetjes en vrouwtjes zijn alleen naast elkaar, bijvoorbeeld wanneer ze samen rondcirkelen, te herkennen, waarbij het vrouwtje in de regel iets groter is dan het mannetje.

Voedsel

Wat voedsel betreft is de buizerd een echte opportunist, hij eet wat voorhanden is. Vandaar ook z'n brede verspreiding. In gebieden met veel konijnen vormt deze soort vaak het hoofdvoedsel. Maar als opportunist kan een buizerd, bij gebrek aan muizen of konijnen, vlug overschakelen op een ander voedingspatroon: eekhoorns, hazelwormen, waterhoenen. Ook eet hij wel aas, meestal dieren als verkeersslachtoffers. Als hij een prooi ziet, duikt de buizerd als een baksteen er op af. Mensen worden zelden of nooit door buizerds aangevallen, behalve een enkele keer joggers. Zij worden dan waarschijnlijk instinctief geïnterpreteerd als een mogelijke indringer op de vlucht.

Een buizerd pakt meestal mollen, muizen, kleine vogels, kikkers, en zelfs soms vissen.

Buizerds bouwen hoog in de bomen, in een gaffelvormige boomtak of tegen de stam aanleunend, een nest van dode takken, met daarop dennentakken en lariks. Een nest van een roofvogel noemt men een horst. Een buizerd zal ook gemakkelijk een horst uit vorige jaren opbouwen, maar uit vrees voor parasieten, mijten, teken en luisvliegen, komen buizerds niet vaak twee jaar na elkaar in het zelfde nest.

Het vrouwtje legt in mei 2 tot 4 eieren, maar meestal drie. Deze witachtige eieren hebben bruine vlekken en vegen. De broedtijd is 28 tot 31 dagen. Het jong dat als eerste uit het ei komt, heeft de meeste overlevingskansen. Bij gebrek aan voldoende voedsel, sterft het zwakste kuiken en wordt uit het nest gegooid, ofwel gewoon opgepeuzeld door de rest. De jongen blijven 6 tot 7 weken in het nest. Buizerdjongen hebben typisch een witte bles op het achterhoofd.

Een buizerd is pas na 3 à 4 jaar geslachtsrijp. Dit betekent dat heel wat buizerds rondvliegen die niet broeden.

Ook de kuikens houden het nest netjes. Uitwerpselen verdwijnen met kracht over de rand. Hoe verder ze van het nest gevonden worden, hoe ouder de jongen zijn.

De maximale leeftijd: 26 jaar in de vrije natuur, 30 jaar in gevangenschap.

Verspreiding

Men vindt buizerds meestal in bosrijke gebieden, aan de grens van het bos en de weide. De habitat varieert van laaglanden tot berggebieden.

Rijdend door het land kun je regelmatig buizerds zien zitten. Op een paaltje of een hek, een prachtige uitkijkpost om zijn voornaamste prooi, voornamelijk veldmuizen, te zoeken.

Overig

De inheemse buizerd is vaak standvogel. In de winter zijn er in gebieden met een gematigd klimaat, zoals in de Benelux, meer buizerds dan in de zomer, omdat veel Scandinavische buizerds naar het zuiden trekken om te overwinteren. Dit geldt ook voor de ruigpootbuizerd (Buteo lagopus).

Ondersoorten

Foto Mihai Baciu