Barmsijs ( Carduelis flammea)

.

De (grote) barmsijs (Acanthis flammea; synoniem: Carduelis flammea) is een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).

Kenmerken

Deze kleine, grijsbruine vogel heeft op de bovenzijde donkere lengtestrepen. De barmsijs is groter dan de kleine barmsijs. De vleugelstreep is duidelijk wit (bij kleine barmsijs minder contrastrijk licht bruingeel). Verder is de vogel ook contrastrijker, de buik en borst zijn lichter en hij heeft een lichte stuit met meestal kleine zwarte streepjes.

Voortplanting

Het nest is samengesteld uit takjes, halmen, korstmos en mos, met haar bekleed. Het vrouwtje legt 3 tot 6 blauwachtige eitjes met roodbruine vlekjes, die ze uitbroedt in 13 dagen, na 15 tot 18 dagen vliegen de jongen uit, en na 3 weken zijn ze zelfstandig. Barmsijzen komen alleen in de wintermaanden in Nederland en België voor.

In het veld herkenbare ondersoorten

Op de IOC World Bird List (versie 7.3, uit 2017) wordt de kleine barmsijs (A. cabaret) als aparte soort afgesplitst. Ze verschillen in formaat en kleur. De kleine barmsijs is vooral bruin, de grote oogt grijzer. Daarnaast is er nog de Groenlandse barmsijs (A. f. rostrata). De grote barmsijs lijkt sterk op een andere barmsijs, de witstuitbarmsijs (Acanthis hornemanni), die ook als aparte soort wordt opgevat.

Verspreiding en leefgebied

Deze soort komt voor in noordelijk Europa, Siberië, Alaska en Canada. Het is een trekvogel die 's winters naar het zuiden trekt en wordt waargenomen in West- en Midden-Europa. Het voorkomen in de winter kan een invasie-achtig karakter hebben. De soort telt twee ondersoorten:

Mutaties

De barmsijs wordt in gevangenschap gehouden en heeft een plaats in de avicultuur. Er bestaan diverse vachtkleurvarianten waaronder: bruin, agaat, isabel, pastel enkelfactorig en dubbelfactorig (dubbele pastelfactor), kobalt (tegenwoordig beter bekend als donkerfactor) en combinaties van mutaties en phaeo.



foto:Mihai Baciu